96a     DRIE BOEREN VAN BAAIDUINEN 

             wňrden: N.Smit & A.Delhez  (oost in C )

 

­ 1 Drie boeren van Baaiduinen, oedela, oedelala, die zochten naar twee ruinen,

    Oedela, oedelala, naar wat gezoek en wat gestruin,

    Kwamen ze terug met een merrie en een ruin, oedela, oedelala.

 

 2 Niemand had het in de gaten, oedela, oedelala, totdat men begon te praten,

    Oedela, oedela­la,  Jan Bierema die beld' al snel,

    En sprak bedenkelijk,"wel,wel,wel", oedela, oedela­la.

 

 3 Wat hebben ze jullie geschonken, oedela, oedelala, jullie waren zeker dronken,

    Oedela, oedelala, en in zijn stem klonk werkelijk spijt,

    "Ik ben mijn beste merrie kwijt", oedela, oedela­la.

 

 4 De heren braaf geschrokken, oedela, oedelala, zijn snel naar het land getrokken,

    Oedela, oedela­la, wat zagen ze daar, je raad het al,

    Twee paarden, maar een zonder bal, oedela, oedelala.

 

 5 Daar stonden de drie boeren, oedela, oedelala, al onder`t beestje te loeren,

    Oedela, oedela­la,   ze zeggen:`t kwam vroeger wel vaker voor,

    Dat zo'n beestje plots zijn geslacht verloor, oedela, oedelala.

 

 6 Maar wie zou dat nou geloven, oedela, oedelala,   geheimhouding dus beloven,

    Oedela, oedela­la, maar geruchten gaan op Schylge snel,

    En liedjes maken dat kunnen ze wel, oedela, oedelala.

 

 7 De heren konden wel huilen, oedela, oedelala, dat ze`t paard om moesten ruilen,

    Oedela, oedela­la,   met`t schaamrood haast al op de rug,

    Moesten zij nu met het paard terug, oedela, oedelala.

 

 8 Maar het beest liet zich niet vangen, oedela, oedelala, en bleef op Kinnum hangen,

    Oedela, oedelala,   loopt nu in`t land van Alt van Zwol,

    En eet daar heerlijk zijn buikje vol,   oedela, oedelala.

 

 9 Jan Bierema spint nu garen, oedela, oedelala, kwam niet meer tot bedaren,

    Oedela, oedela­la,  `t raadsel was nu opgelost,

    En de merrie had hij niet meer op de kost, oedela, oedela­la.

 

10Dit is`t einde van`t verhaal, oedela, oedelala, wie stonden daar nu voor paal,

    Oedela, oedela­la,   een ieder heeft er de mond van vol,

    Jaap Borsch, Kees Schaap en Alt van Zwol,  oedela, oedelala.

 

               *************** 

 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage