89††††† DAAR WAS LAATST EEN OUD SOLDAAT

†††††††††††† wÚrden: Thirsis Minnewit(oost in C)

 

1 Daar was laatst een oud soldaat, zijn geldje was op en hij wist hem geen raad,

††† Hij is naar de Kapítein gelopen, en sprak:ĒKapítein, geef mij dír wat geld,

††† Om klare jenever te kopen.

 

2 Hij sprak:"Kapítein, mijn rok is kaal, ik heb er geen kousen of schoenen meer aan" !

††† "Weg, weg, met al jou streken, heb jij er geen kousen of schoenen meer aan,

††† Dan moet je maar zien om te stelen".

 

3 Hij dacht dat is wel naar mijn zin, dat blaas je voorwaar geen dove in !

††† Hij zocht er wel aan te raaken;hij stal de Kapítein zijn manteljas,

††† Hij liet er een rokje van maaken !

 

4 Hij stal de Kapítein zijn manteljas, en heeft hem toen naar de snijer gebracht,

††† "Zeg snijer, hier is het laken, en al wat daar van overschiet,

††† Dat hou je maar voor het maken".

 

5 Het was nog geen drie weken daarna, toen kwam de Kapítein hem tegen op straat:

†† "Wat zit je mooi in de kleren, het schijnt wel of het mijn manteljas is,

††† Een stuk van mijn beste monteeren".

 

6 "Het is Kapítein, gelijk gij ziet, ik vroeg U om geld en U gaf het mij niet,

††† Gij zei dat ik steelen zoude, ik heb de Kaptein zijn raad gedaan,

††† En dat heb ik zeer wel onthouden".

 

7 De Kapítein werd boos en kwaad, en liet hem brengen al voor de krijgsraad,

††† "Zijt gij een Kapítein van eeren ?Als er een soldaat komt vragen om geld,

††† Moet gij hem dan steelen leeren" ?

 

††† †††††††††††††††***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage