88†† MIJN MATROOSof†† MATROZENLIED

†††††† (oost in C )

 

1 Mijn schat is een matroos, vol moed en vrolijkheid,

††† Aan ít strand der zee te wandílen is voor mij een zaligheid,

††† Zie ik een vaartuig komen, dan klopt vol vreugd mijn hart,

††† Geloof mij vrij, dan voel ik, de eerste liefdessmart:

††† Refrein:

††† Gaat hij naar zee, dan zwaait hij met zijn hoed,

††† Ik weet zijn hart is voor mij trouw en goed,

††† Een kus van hem is ít grootst geluk voor mij,

††† Zijn hart klopt luid aan mijne zij.

 

2 Mijn lief, een mooie jongen, elk meisje mag hem graag,

††† Nog nooit was ik jaloers, ofschoon hij mij vaak plaagt,

††† Ik weet ja toch zijn liefde, behoort mij gans alleen,

††† En in zijn arm te rusten, dat geluk heb ik alleen,

††† refrein:

 

3 Ik sta soms aan den oever, tot aan zonsondergang,

††† Mijn blik staart in de verte, soms heele uren lang,

††† Of niet een schip wil komen, met een groet van hem aan mij,

††† Dan denk ik aan de eerste kus, da's voor mij een zaligheid,

††† refrein:

 

4 Drie jaren zijn vervlogen, en och hij keert niet meer,

††† Vergeefs zijn al mijn zuchten, ik zie hem nimmermeer,

††† Als de golven hem begraven, dan is`t met hem gedaan,

††† Mijn geluk is dan vervlogen, en ik ben alleen voortaan,

††† refrein:

††††††††††††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage