87 DE VERGENOEGDE VROUW

(oost in F ) (west: heren in G en dames in C )

Heren:

1 De lange dag is weer voorbij, van kommer en verdriet,

Ik werk en zwoeg zoo veel ik kan, maar blijf toch een behoeftig man,

Mijn vlijt, ach baat mij niet. ) bis

Dames:

2 "Ik ben gezond en werk met vlijt, gelukkig aan uw zij,

Deel ik met u het zuur en zoet, uw liefde is meer dan overvloed,

Uw hart behoort aan mij". ) bis

Heren:

3 "Maar ach, dat gij in noodruft leeft, dat kwelt mijn hart zoo zeer,

Dat gij soms ziek, soms zwak en moe, zelfs slaven, zweten, zwoegen moet,

Dat kwelt mij eind'loos meer". ) bis

Dames:

4 "Wij zijn gezond, ik min u teer, en gij, gij mint mij weer,

Wij kennen nog geen bangen nood, God schenkt ons nog ons daag'lijks brood,

Mijn vriend, wat wenscht gij meer"? ) bis

Heren:

5 "Ik wenscht een weinig overvloed, voor u mijn dierb're vrouw,

Ik wenschte dat mijn vlijt iets won, waarmee ik u beloonen kon,

Uw weergalooze trouw". ) bis

Dames:

6 "Geen overvloed bekroont de trouw, geen goud, geen Koningskroon,

Mijn hart dat u zoo teer bemint, en bij u wederliefde vindt,

Eischt liefd' alleen tot loon". ) bis

Heren:

7 "Maar ach, als eens de dood mij treft, wie helpt u dan uit nood ?

Als`t kind dat g' onder`t harte draagt, dan schreiend brood aan moeder vraagt,

Wie geeft dat kind dan brood" ? ) bis

Dames:

8 "God, die voor musch en worpje zorgt, helpt ook de mensch in nood,

Hij is mijn troost, als ik u mis, hij, die een God der weduwen is,

Geeft ook aan dezen brood". ) bis

Samen:

9 "O, dierb're vrouw, hoe groot zijt gij, uw liefd' is mij zoo goed.

Ja, ik ben trotsch op zulk een vrouw, en, zalig door uw liefd' en trouw,

Werk ik met nieuwe moed". ) bis

***************

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage