85  DE LINDEBOOM  

     wiiz: F.Schubert (oost in D )

 

 1 Aan ’t beekje voor mijn woning, daar staat een lindeboom,

    Vaak droomd’ik in zijn lommer, zoo menig zoeten droom,

    Zoo menig woord van liefde, heb ‘k in zijn schors gesneen,

    Dat trok in vreugd of lijden,

    Mij steeds naar ‘t boompje heen.    ) bis

 

 2 Maar toen ik `s nachts ging scheiden, moest ik voorbij hem gaan,

    `t Was duister,`k sloot mijn oogen, en weende een stille traan.

    Dan was het mij als ruischten, zijn twijgen`t afscheidslied,

    Als lispte een zacht gesuizel,

    Mij na, :"vergeet mij niet".        ) bis

 

 3 Maar wind en stormen zongen, weldra een ander lied,

    De hoed vloog van mijn lokken, maar ik, ik keerde niet. 

    Nu dwaal ik in den vreemde, maar soms klinkt wonderbaar,

    Weer`t zacht geruisch der linde:

    "Vindt vreed' en rust ook daar".    ) bis

       

          ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage