78†††† EEN LIED VAN DE BEPROEFDE TROUW††

††††††††† wÚrden: Hoffmann Von Fallerssteben.(oost in A)

 

1 Een dennenboom stond in het dal, van ondíren breed, van boven smal,

††† Daaronder zat een jeugdig paar, als twee gelieven bij elkaar.

 

2"`k Moetscheiden gaan", sprak hij tot haar,"`k moet scheiden gaan, voor zeven jaar,

††† Al was`t voor veertien jaar mijn vrind, weet dat mijn hart geen ander mint".

 

3En na verloop van zeven jaar, vlocht zij zich bloemen in het haar,

††† Daar treedt een jager, forsch en stout, met rassche schreden door het woud.

4"Wat zoekt gij hier, O schone maagd, hier op dit eenzaam pad verdwaald" ?

††† "Hem zoek ik hier, mijn besten vrind, die mij reeds zeven jaar bemint".

 

5"Mijn weg liep door de gindsche stad, alwaar uw vriend juist bruiloft had,

††† Wat wenscht ge hem, die u beloog, die zwoer U trouw en dan bedroog" ?

 

6"Ik wensch hem zoo veel liefd' en macht, als sterren fonk'len in de nacht,

††† Ikwensch hem zoo veel heil en vree, als korrels zand zijn in de zee".

 

7Wat schoof hij daarop van zijn hand, een gouden ring, een huw'lijkspand,

††† Die wierp hij`t meisje in haar schoot, terwijl een traan haar oog ontvlood.

 

8"Droog af die traan, O eed'le vrouw, ik ben het zelf, nog even trouw",

††† Een dennenboom stond in het dal, van onderen breed, van boven smal.

†††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage