72      HET SOLDAATJE VAN WENEN  

          (oost in C)

 

  1 Al in de stad van Wenen, daar in die grote stad,

     Daar heeft een jong soldaatje, zoo veel plezier gehad.    ) bis

 

  2 Hij wilde deserteren, het was al om zijn Mien,

     Om haar nog eens te spreken, om haar nog eens te zien.     ) bis

 

  3 Maar oh wat trof dat vrees'lijk, want plots'ling kwam de wacht,

     Die hebben hem gevangen, en naar`t schavot gebracht.       ) bis

 

  4 Soldaatje moest nu sterven, moest sterven, nu de dood,

     Het was de boze Koning,   de Koning die`t gebood.               ) bis

 

  5 Het meisje ging naar de Koning, "Laat mijn soldaatje vrij,

     Ik wil hem graag voor altijd, voor altijd weer bij mij".               ) bis

 

  6 "`k Zal u vier vragen geven, en als gij die dan raadt,

     Zijt gij nog heden morgen, voorgoed bij uw soldaat".              ) bis

 

  7 "Zeg mij wat is een Koning, een Koning zonder land,

     Zeg mij wat is het water, het water zonder zand".                   ) bis

 

  8 "Een Koning op een speelkaart, is een Koning zonder land,

     De tranen in mijn ogen, is het water zonder zand".                 ) bis

 

  9 "Zeg mij, wat is de sleutel,  die op alle sloten past,

     Zeg mij, wat is een spiegel, een spiegel zonder glas".            ) bis

 

10 "Het geld dat is de sleutel, die op alle sloten past,

     De zee die is de spiegel,  de spiegel zonder glas".                  ) bis

 

11 Zo redde zij haar lieveling, al van een wisse dood,

     Het was de ware liefde, die het meisje aan hem bood.            ) bis

       

          *************** 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage