66     DE MEISJES VAN BERGEN OP ZOOM

          (oost in C )

 

 1 Adieu. Lieve meisjes van Bergen op Zoom,

    Wij vertrekken van hier en wij komen niet weerom,

    Wij hebben, ja al in deze stad, al zo menig pleziertje gehad, ja gehad,

    Wij hebben, ja al in deze stad, al zo menig pleziertje gehad.

 

 2 Al op de parade daar moesten wij staan,

    En daar moesten wij zo dapper exerceren gaan,

    Daar stonden wij, zo proper en zo net, en waar onze kolonel op let, ja op let,

    Daar stonden wij, zo proper en zo net, en waar onze kolonel op let.

 

 3 En onze kolonel en onze majoor,

    Zij zitten maar te paard en rijden maar voor,

    En wij soldaten kloek van gemoed, wij volgen ze maar te voet, ja te voet,

    En wij soldaten kloek van gemoed, wij volgen ze maar te voet.

 

 4 En draaien wij dat hoekje nog eens om,

    Daar woont een mooi meisje zo dicht bij ons om,

    Zij gaat gekleed al aan de zwier, en ze houdt het met een kanonier, voor plezier,

    Zij gaat gekleed al aan de zwier, en ze houdt het met een kanonier.

 

 5 Een kanoniertje was haar te gering,

    Maar een jongen van de tweede die was beter naar haar zin,

    Zij gaat gekleed met krullen in het haar, net alsof`t een dametje waar, ja zo waar,

    Zij gaat gekleed met krullen in het haar, net alsof`t een dametje waar.

 

 6 Het scheepje dat haalde zijn zeiltjes op,

    Het scheepje was geladen tot aan de top,

    De meisjes staan met oogjes vol getraan, als wij naar huis toe gaan, ja toe gaan,

    De meisjes staan met oogjes vol getraan, als wij naar huis toe gaan.

 

 7 En wie dit liedje heeft gedicht,

    Ja de jongens van de tweede die vallen niet zo licht,

    Hun naam is mij er ontgaan, ja ontgaan, en daar komt het niet op aan, niet op aan,

    Hun naam is mij er ontgaan, ja ontgaan, en daar komt het niet op aan.

       

          *************** 

 

Geluidsfragment

 

 Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage