64††† HET AFSCHEID

††††††† (oost in F )

 

1Toen ik voor de eerste maal ging varen, en van mijn moeder afscheid nam,

†††† Ik zal het nooit, nee nooit vergeten, hoe mij toen ít vocht in de ogen kwam.

†††† En hoe ze mij, die lieve moeder, al wenend in haar armen sloot,

†† ††Ik zal het nooit, nee nooit vergeten, al is zij nu al jaren dood.†††

 

2 Al snikkend sprak zij bij het scheiden: "O, blijf toch altijd flink en goed,

††† Wordt nooit losbandig beste jongen !, O, blijf in`t diepst van uw gemoed,

††† God en zijn heil'gen wil vereren, zoek nooit in kwaad en zonde uw eer,

††† En kom van al die verre streken,steeds als "Mijn Jongen", tot mij weer".

 

3 Dat woord, het klinkt mij nog in d'oren, als `k in de stilte van de nacht,

††† Aan haar gedenk, die mij zo lief had, met zooveel zorg heeft grootgebracht,

††† In menige uren van verzuchting, was `t mij of ik mijn moeder zag,

††† Als ik weer haar stem mocht horen, als op de eerste afscheidsdag.

††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage