61   DAAR WAS LAATST EEN MOLENAARSZOON 

       (oost in C )

 1  Daar was laatst een molenaarszoon, die er wou malen, die er wou malen,

     Daar was laatst een molenaarszoon, die er kon malen zonder schroom.

 

 2  Hij zag door zijn molengat, waar een meisje, waar een meisje,

     Hij zag door zijn molengat, waar een meisje te rusten zat.

 

 3  Hij riep:"Meisje hoor eens hier, op mijn molen, op mijn molen",

     Hij riep:"Meisje hoor eens hier, op mijn molen veel plezier".

 

 4  "Onder het malen van grof en fijn, zullen wij drinken, zullen wij drinken,

     Onder het malen van grof en fijn, zullen wij drinken een glaasje wijn".

 

 5  `t Meisje dat liet haar geraźn, is naar boven, is naar boven,

     `t Meisje dat liet haar geraźn, is naar boven toe gegaan.

 

 6  En zij samen zeer verblijd, deze molenaar, deze molenaar,

     En zij samen zeer verblijd, deze molenaar met zijn meid.

 

 7  Maar een korte tijd daarna, werd dat meisje, werd dat meisje,

     Maar een korte tijd daarna, werd dat meisje van hem zwaar.

 

 8  Hij liet`t meisje in`t getreur, en zij ging wonen, en zij ging wonen,

     Hij liet`t meisje in`t getreur, en zij ging wonen over zijn deur.

 

 9  Maar ziet, negen maanden daarna, daar kwam een kleine, daar kwam een kleine,

     Maar ziet, negen maanden daarna, daar kwam een kleine molenaar.

 

10 Deze meid liet toen gezwind, bij hem brengen, bij hem brengen,

     Deze meid liet toen gezwind, bij hem brengen het lieve kind.

 

11 Zij liet het brengen, proper en net, op zijn molen op zijn molen,

     Zij liet het brengen, proper en net, op zijn molen, in het bed.

 

12 En toen hij kwam `s avonds thuis, vroeg hij zijn moeder, vroeg hij zijn moeder,

     En toen hij kwam `s avonds thuis, vroeg hij zijn moeder naar`t gedruis.

 

13 Hij sprak:"Moeder wat is dat, wat hoor ik huilen, wat hoor ik huilen,

     Hij sprak:"Moeder wat is dat, het schreeuwt gelijk een jonge kat".

 

14 Zijn moeder antwoordde heel gezwind, en sprak:"Mijn jongen",en sprak:"Mijn jongen",

     Zijn moeder antwoorden heel gezwind, en sprak:"Mijn jongen het is een kind".

 

15 Toen nam hij het kind terstond, en ging zoeken, en ging zoeken,

     Toen nam hij het kind terstond, en zocht tot hij de moeder vond.

 

16 Toen gingen zij trouwen met elkaar, men gaf een bruiloft, men gaf een bruiloft,

     Toen gingen zij trouwen met elkaar, het meisje met de molenaar

 

17 Dus meisjes, wacht u altegaar, voor het malen, voor het malen,

     Dus meisjes, wacht u altegaar, voor zo'n dapperen molenaar.

 

18 Hij kon malen zonder wind, op zijn molen, op zijn molen,

     Hij kon malen zonder wind, op zijn molen heel gezwind.

      

          ***************

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage