56   DE VERDRONKEN ERFENIS 

        (oost in G )

 

1  Daar achter in die velden, daar staat een heerenhuis,

    Daar wonen drie gezellen en dat was er voor mij zoo’n kruis.   ) bis

     

 2 En de eerste dat was mijn broeder, de tweede dat was mijn zoetlief,

    De derde die zal ik jou maar niet noemen, maar die deed mij zoo menig gerief. ) bis

 

 3 "En ach moeder, ach lieve moeder, geef mij een goede raad",

    "Slaat uw twee bruine oogjes naar beneden als er een jonkman voor u staat".  ) bis

 

 4 "Wel moeder, mijn lieve moeder, die raad die is als bloed,

    Geef mij mijn vijftienhonderd gulden, en de helft van mijn vaders goed". ) bis

 

 5 "Ja, die vijftienhonderd gulden, wel ach, hoe kan dat zijn?

    Die heeft je vader al verzopen, aan jenever, bier en brandewijn". ) bis

 

 6 "Heeft mijn vader die verzopen, aan jenever, bier en brandewijn?

     Dan zullen wij den Goeden God maar danken,Dat er meer van die zuipers zijn". ) bis

      

          ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage