52      DE LOODS 

           (oost in C )

 

1  Daar waar vele schepelingen zwalken op de wijde vloed,

    En gevaren hem omringen, wacht de loods met kalm gemoed.   ) bis

 

2  Daar strijdt hij met de gevaren, steeds verbonden aan zijn vak,      

    Worstelt dikwijls met de baren. kampt met heel veel ongemak. ) bis

 

3  Maar de handel eert zijn streven,  en waardeert zijn zorg en vlijt,

    Wil de loods steeds hulde geven, die zich aan zijn roeping wijdt.  ) bis

 

4  Ned'rig is de stand te noemen, die de wakkere loods bekleedt,

    Maar men hoort hem telkens roemen, voor zoveel wat hij reeds deed.  ) bis

 

5  Blijft met de elementen strijden, gij volbracht iets goeds en groots,

    Ook hier willen we ons steeds wijden, aan het eervol vak van loods.  ) bis

    

          ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage