48         TERSCHELLING IS HOOG VERHEVEN

               wňrden: I.C.Ruig  ( oost in C )

 

1  Terschelling is hoog verheven, hoe hoog spant zij de kroon.

    Matroosjes die lopen als heren, al over de zeedijk schoon,

    Dan ziet men de meisjes lopen, met een matroos op zij.

    Haar twee bruine oogjes lonken, al in een feestkledij.

    En is het in de wintertijd, dan zijne de meisjes zeer verblijd,

    En valt er dan nog eens snee, dan rijden ze met de slee.

 

2  Van de ene plaats naar de andere, dat noemen ze voor plezier,

    En komen ze bij elkander, dan drinken ze wijn en bier,

    Dan zegt de baas: “Wees welkom hier, ’t is om te geraken aan de zwier”,

    Dan zegt de baas: “Kom thuis, treedt binnen al in mijn huis.

 

3  Het voorjaar begint weer te naad'ren, zij moeten het zeegat weer uit.

    De meisjes met droeve gezichten, de jongens die lachen ze uit.

    En komt er dan een oud soldaat, dan is het:"Welkom beste maat",

    En zij vergeten haar eerste vrind, die haar zoo teer bemint.

     

          *************** 

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage