43††† DE OOSTINDIEVAARDERS†† of Ome Ruurd zín Fersje

††††††††† (oost in C )

1Zeilen wij uit van Hellevoetsluis, hieuwen het ankertje voor de kluis,

††† Zeilen wij uit van Rotterdam, hieuwen ons ankertje voor de kram,

††† Zesendertighonderd mijlen voordat we komen in ít apenland,

††† Maar we ontmoeten onderhet zeilen, ja zo menig klip of strand.

 

2Voor het eerst passeren wij, Dover en Calais voorbij,

††† Ierland, Schotland daar benevens, tot dat aan de Spaanse kust,

††† Maar we moeten oplaveren, tot aan de klippen van Brosius.

 

3Toen wij de klippen zijn gepasseerd, ziet wat werd ons daar vereerd?

††† Ziet wat werd ons daar geschonken,iedere man een pintje wijn,

††† Maar we waren nog lang niet dronken, voordat we in de Batavia zijn.

 

4Van Sint Helena naar de Kaap, en daar slachten we menig schaap,

††† Verse boter voor ons allen, Verse provisie van de wal,

††† Janmaat moet alles ten duurste betalen, janmaat krijgt weinig of niemendal.

 

5Komen wij dan eens weerom, ziet wat ontvangen we dan een som,

††† Dan is het Vader, Moeder en allen, zusters en broeders in het getal,

††† Dan is het, mijn liefste, mijn welbeminde, hoera! Oost-IndiŽ is weer aan de wal.

†††††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage