4 MATROZENLIED

(oost in F )

 

1 Curacau k heb jou zo menigmaal bekeken,

En al jou loze streken, die stane mij niet aan,

Want al jou loze streken, die stane mij niet aan,

Daarom ga ik vertrekken, naar waar ik kom vandaan.

 

2 `k Kwam laatst, met haast, al door het nauwe straatje,

Men sprak:"Mijn lieve maatje, kom zet u hier wat neer,

En drink met mij een glaasje en rook een pijp tabak,

Met al die loze streken raakt het geld al uit de zak.

 

3 Een zoen kan doen, een hele nacht te blijven,

Dan hoort men niet het kijven van onze officier,

Zo raken wij aan`t dwalen, zo dronken als een zwijn,

Het schip licht voor de palen, aan boord moeten wij zijn.

 

4 Maak los die tros, de voor en achtertouwen,

En wilt het maar aanschouwen, wij gaan naar Holland toe,

Waar is het beter leven, dan bij een echte vrouw,

`k Verzeg er al de vrouwtjes voor, van`t eiland Curacau.

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage