39†††††† HET VERGAAN VAN DE TERSCHELLINGER LOODSKOTTER

††††††††††† (De Loodskotter nr 9 vergaan op 19 oct.1869)(oost in Fis )

 

1†† Helaas wat een bedroefde tijd, vermeld ons thans de courant,

†††† Hoe West-Terschelling lijd, gegriefd ons vaderland.

 

2Een kotter voer aldaar bemand, elf zielen, hoor eens aan,

†††† Zij zijn nabij Terschellingerland, met man en muis vergaan.

 

3Twee jongelieden, schoon en fris, en negen die eenvrouw,

†††† Met kinderen een gebeurtenis, verzonken in de rouw.

 

4Hun mannen sukkelen heen en weer, als een prooi door de golven heen,

†††† Och moe, wanneer komt Ta toch weer, roepen kinderen, luid geween.

 

5Waar blijft hij toch, is hij vergaan, nu hij in`t water zinkt,

†††† Zeg Moe, zeg mij, wat scheelt er aan, geef toch een blijde blink.

 

6Och kind, dat gij niet meer beseft, wat bitterlijk geval,

†††† Wat ramp en rouw ons heden treft, waar Vader wezen zal.

 

7Die komt nu nimmer tot ons weer, roept zij in tranen uit,

†††† Hij is met dit bedroefde weer, vergaan met de loodsschuit.

 

8Hij had ons allen hartelijk lief, en uit een goed gewin,

†††† Maar nu, maar nu, zo een twee drie, slokt zee en golf hem in.

 

9Nu leven wij in bittere staat, mag God hierin voorzien,

†††† En dat de mensen door hun daad, ons hulp en bijstand biŽn.

 

10 Dus vrienden, mensen, wie gij zijt,geef wat gij missen kan,

†††† Help wees en weduw uit de lij,van West-Terschellingerland.

 

11 Ik sluit dit liedje kort en kloek,†† en hoop dat God de Heer,

†††† De kloeke zeeman toch behoed,die worstelt met het weer.

†††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage