33 HOE VROLIJK IS`T OP ZEE TE VAREN

(oost in C ) clublied van De Buul couplet 1 t/m 6

 

1 Hoe vrolijk is t op zee te varen, Als God maar onze stuurman is,

Dan vrezen wij voor geen gevaren,

Klippen en banken die zeilen wij mis. ) bis

 

2 Onze tijd is nu alweer op handen, ons schip leit klaar en wij gaan naar zee,

Alle mooie meisjes die wachten in schare,

Denk aan de belofte, die gij aan mij deed.) bis

 

3 Wij gaan ons vaderland verlaten, scheiden van onze lieve meid,

Maar ach, hoe kan dat treurig baten,

Denk het is slechts voor een korte tijd. ) bis

 

4 Ja, waar de zee verslindt veel schepen, daar menig vrouw en kind om schreit,

Die men aan`t strand ziet slingeren en slepen,

En al wie in de zee verdronken leit. ) bis

 

5 Ja, komt men dan in vreemde landen, daar wordt de zeeman hoog geacht,

Bij hoge en bij lage standen,

Meer dan de landman heeft gedacht. ) bis

 

6 Ik laat mij door Neptunis geleiden, nooit wordt ik van dat varen moe,

Nooit wil ik van de zee afscheiden,

Tot aan het einde van mijn leven toe. ) bis

 

* Extra couplet West:

* Zij die de zeen met vreugde bevaren, hun wacht zo vaak een droevig lot,

Al op die woelige bruisende baren,

Maar hunne redding dat is God. ) bis

 

7 Wat stane de boeren weer te loeren, het zeemansvolk komt aan de wal,

Het zijn en blijven altijd boeren,

Het zeemansvolk dat komt overal. ) bis

 

8 Maar laten die boeren dan maar loeren, zij zijn en blijven bij hun land,

Het zijn en blijven altijd boeren,

Maar ik houd het met de boerenstand. ) bis

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage