31     DE ARME CORIDON 

           (oost in C )

 

1  Al in de weide zo gaan wij zoeken, naar een mooi meisje waar ons hart naar trekt,

    En mijn liefje is mij er ontnomen, Gelijk een duifje is weggevlogen,

    Ach wat een pijn en smart, gevoel ik in mijn jong hart.  ) bis

 

2  Coridonnetje was moe van het jagen, hij ging wat rusten aan een fontein,

    En hij riep zo menig werven, al door de drank moet mijn jonkhartje sterven,

    Ik schrijf hier op het zand, dat mijn jonk hart verbrandt.   ) bis

 

3  Is daar dan geen water om die brand te blussen, ja Coridonnetje had een fontein,

    Mocht hij haar maar even kussen,  `t was om zijn minnebrand te blussen,

    Al voor haar rozenmond, dan was mijn hart gezond.    ) bis

 

4  Eens te kussen, dat kan er niet baten, al is het ook maar voor ene keer,

    Want van dat kussen komen kuren, dat moeten de meisjes maar bezuren,

    En is zij kwijt haar eer, dan zoekt men haar niet meer.  ) bis

 

5  Het Coridonnetje is jong gestorven, al in de armen van zijn zoetlief,

    Is dat niet bedroefd te sterven, al zo het leven, te gaan derven,

    De jonkmans achten het niet, voordat zij zijn in het verdriet.    ) bis

      

          *************** 

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage