30††††† AVONDZANG of AVONDLIED††

††††††††† (oost in F)

 

1Gij komt o stille avond, weer tot ons in dit uur,

††† Wij zingen u een lofzang, hoe schoon zijt gij natuur,

††† Gij natuur, gij natuur.

 

2Reeds zien wij uwe schemering, en zingt de nachtegaal,

††† De zon werpt op haar speeltuig, haar laatste avondstraal,

††† Avondstraal, avondstraal.

 

3 `t Wordt alles diepe stilte, vlied alles voor ons oog,

††† De vogelen zingen Halleluja, hun avondzang omhoog,

††† Zang omhoog, zang omhoog.

 

4Laten wij dan met hen zingen, die avondzang ter eer,

††† En buigen we onze knieŽn, voor onze Opperheer,

††† Opperheer, Opperheer.

5Nu begeven we ons ter ruste,†† van de arbeid zijn we moe,

††† En sluiten we onze ogen, tot aan de morgen toe,

††† Morgen toe, morgen toe.

 

6Kom dan maar blijde morgen, dan werken wij met vlijt,

††† Tot aan de late avond, totdat de dood ons scheidt,

††† Dood ons scheidt, dood ons scheidt.

 

††††††††††††††††††††††††††† ***************

†† extra couplet West

7Gij komt,O blijde morgen, weer tot ons in dit uur,

††† Met al uw druk't en zorgen, hoe schoon zijt gij natuur,

††† Gij natuur, gij natuur.

††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage