29a WEST: SINTE MARTEN

(west in C)

Sinte Marten, de koeien hebben staarten,

De ossen hebben horens, de kerken dragen torens,

De torens dragen klokken, de meisjes dragen rokken,

De jongens dragen broeken, dat zijn allemaal vuile doeken.

Arend, Arend suikerkind, buurman laat je Arend in,

t Is geen leer en t is geen lap, t is Arend met zijn Spaanse kap.

Zit in alle hoeken, hij bakt pannenkoeken,

Rookvuur, brandvuur, Sinte Marten in t avontuur.

Dan heb ik zon klein, klein vogeltje, dat moet er vanavond aan,

Maar als ik dat veugeltje koken zal, dan wordt mijn potje vuil,

Dan ga ik rondom de buren, dan laat ik mijn keteltje schuren,

Voor een oortje of een duit, zo gaat Sinte Marten uit.

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage