29        ZESTIG BOEREN 

             (oost in G )

 

 1  Zestig boeren van Terschelling,

     Zouden naar de tentoonstelling,    ) bis

     Naar het eiland Texellet, ja dat was een hele pret.

 

 2  Een schip hadden ze aangenomen,

     Om naar`t eiland toe te komen,     ) bis

     Reeds al vroeg van huis gegaan, kwamen ze bij`t scheepje aan,

 

 3  Alles was aan boord gekomen,

     Elk die had een plaats genomen,     ) bis

     Zette zich op zijn gemak, op een bank of kist of zak.

 

 4  Pas nu buiten de dam gekomen,

     Kregen zij de wind en stromen,     ) bis

     Teisterde met veel misbaar, de boeren zagen gauw gevaar,

 

 5  Elk die zat nu maar te hoeden,

     Aan een bank of aan de touwen,     ) bis

     Zeeziek waren ze al te gaar, slingerden allen door elkaar.

 

 6  Ieder wil nu terug gaan keren,

     Nu dat was ook geen gekscheren,     ) bis

     Elk dacht naar zijn verstand, was ik maar gebleven op`t land.

 

 7  Gauw een andere koers genomen,

     Om weer op Terschelling te komen,     ) bis

     Toen zij kwamen daar nu aan, zijn ze gauw naar huis gegaan.

 

 8  Een goed getal kon toen weer lopen,

     De rest kon nog niet staan op poten,  ) bis

     Alles lag nu op de kar, dat was toch wel meer dan bar.

  

 9  Zo'n zeereis kan haar niet behagen,

     De zeeziekte kwam haar plagen,        ) bis

     Er is nu geen behoefte meer, om te gaan een andere keer.

 

10 De boer die zal zich nu wel wachten,

     Om een zeeman te verachten,           ) bis

     Zo'n klein reisje niet vervaard, is de boer op zee niets waard.

 

11 Veertien dagen zijn verlopen,

     Natte kleren nog bij hopen,           ) bis

     Zie ze hangen hier en daar, van de zeereis dat is klaar.

 

12 De boeren durven dan nog zeggen:

     De zeeman die gaat thuis maar liggen, ) bis

     Maar de boeren hebben het mis, wij weten dat het anders is,

 

13 Te werken wil de boer je halen,

     Maar liefst niet te veel betalen,     ) bis

     Ik zal niet zeggen, de hele macht, maar toch wel de grootste vracht.

 

14 De zeeman mag ook thuis wel rusten,

     Op zee moet hij er soms van lusten,   ) bis

     Om dan maar naar huis te gaan, daar is lang geen denken aan.

     Van je hela hopsasa, rare gezichten zag men daar   ) bis *

 

      (* vroeger zong men dit refrein bij elk versje )

 

              *************** 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage