28 TWEE BOERTJES VAN TERSCHELLINGERLAND

wrden: Jan Lieuwen (Jan Fries en K Mier) (oost in D)

 

1 Twee boertjes van Terschellingerland trof eens een bitter lot,

En t hele eiland wel bemand, drijft hier nog mee de spot. ) bis *

 

2 In`t oude jaar was`t prachtig weer, en elk zat rustig thuis,

Toen middernacht de wind ging keer, en woei met veel gedruis. ) bis *

 

3 De stormwind boog de wilgentop, en joeg de wateren op,

Te schudden stond de hoogste boom, de hoogste torentop. ) bis *

4 Het was van`t oude in`t nieuwe jaar, dat zulk een storm ons trof,

Dat sneeuw en hagel met misbaar, joeg over het veld als stof. ) bis *

 

5 Veel schapen doolden toen nog rond, in`t ruim en open veld,

Gelukkig wie de vorige dag, zijn schaapjes had geteld. ) bis *

 

6 Ras stapte ieder in de sneeuw, en zoekt zijn beestjes ras,

En keerde niet naar kind of vrouw, voor hij ze allen had. ) bis *

 

7 Twee boertjes hier van Oosterend, bezaten er slechts vier,

Hun schaapjes waren niet present, voor hen geen groot plezier. ) bis *

 

8 Ze hadden deze beestje nog, van Ameland gehaald,

En hadden ze met`t minst bedrog, ook nogal goed betaald. ) bis *

 

9 Zij stapten moedig in het veld, en zochten overal rond,

Of hier of daar soms een bekneld, nog in een hoekje stond. ) bis *

 

10 Van Smit naar Pals,vroeg men per draad, of ze liepen langs de weg,

Te vragen menig kameraad, maar hun schapen bleven weg. ) bis *

 

11 Nog denken wij welk bitter lot, hun schapen viel ten deel,

Misschien zijn zij wel in de pot, en gleden door de keel. ) bis *

 

12 Och, mensen denk toch aan dit paar, dat zulk een ongeluk kreeg,

Wens hun een beter nieuwe jaar, en`t schapenhok niet leeg. ) bis

* Oost geen bis

***************

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage