26††††††††† DE ANTWERPSE SPOORWEG††

††††††††† ††††††(oost in G )

 

1In Antwerpen heeft men een spoorweg gemaakt,

††† Daar kan men op rijden dat het dondert en kraakt,

††† Van Antwerpen af, tot Brussel de stad,

††† Daar rijden zij op en daar rijden zij af.

 

2Wel vierhonderd mensen, die gaan er gelijk,

††† Al op deze wagen,`t is een wonder praktijk,

††† Men rijdt in een uur, alleen door het vuur,

††† Kom stap er maar in, want de vracht is niet duur.

 

3Laatst kwam er een dame, bela‚n met een doos,

††† Die vroeg aan een heer, of hij wou voor een poos,

††† Die doos nemen aan:"Want ik moet even gaan,

††† Straks kom ik terug, hebt gij mij wel verstaan"?

 

4Maar die heer was niet vrij van ongeduld,

††† En hij dacht dat die doos met veel geld was gevuld,

††† Maar O, welk een praat, een jonge soldaat,

†† Die kwam er uit kijken, en de man wist geen raad.

5Elkeen stond verwonderd en men lachte hem uit,

††† En de man wist geen raad met zijn levende buit,

††† Men raadde hem aan naar de politie te gaan,

††† Maar die sprak:"Loop jij met die jongen naar de maan".

 

6Men gaf hem de naam van Leopold,

††† Men gaf hem een min, die hem zusteren zou,

††† En wordt hij eens groot, dan heeft hij geen nood,

††† Wijl de Belgische koning de hand aan hem bood.

 

7Dus meisjes, wordt ergens een spoorweg gemaakt,

††† En gij er dan eens aan een kleintje geraakt,

††† Doe het dan in een doos, geef het aan een matroos,

††† Dan hebt ge geen zorgen, dan hebt ge geen nood.

††††††

††††††††† ***************

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage