25      HET  HERDERINNETJE  

           (oost in G )

 

1  Daar was eens een herderinnetje, al in het jeugdig groen

    Een aardig engelinnetje, al in het meiseizoen.

    Al langs de waterstromen, waar ik haar zittend vond,

    Onder ;t lommer van de bomen, waar zij alleendig stond.

    Op die baan kwam aangegaan, ene onbekende jonkman,

    En die sprak het meisje aan.

 

2 In`t eerst was zij verlegen, toen zij mijnheer zag staan,

   Zij lachte en wenkte hem tegen, hij is met haar gegaan.

   Vandaar zijn zij getreden, van verre in het riet,

   En wat ze daar nu deden, dat weet ik voorzeker niet,

   Doch de zon die begon, in het Westen te verdwijnen,

   Eer dat zij vertrekken kon.

 

3 Haar moeder aan het kijven, toen zij te huis kwam aan,

   Waar kunt ge zo lang blijven, waar komt ge nu vandaan.

   O, moeder wilt niet kijven, en kijf zo haastig niet,

   Het was een vreemde jonkman, hij heette Franse Piet,

   Hij was rijk en net gekleed,Ja, je kunt het niet geloven,

   Welk een vriendschap hij mij deed.

 

4 Wat zijn dat voor rare zaken, die gij mij hier vertelt,

   Gij zoudt mij angstig maken, de moeder was zeer ontsteld.

   Want al die Franse Heren, ze vliegen door de wind,

   En wilt met Jan verkeren, die U oprecht bemint.

   Volg mijn raad,vlucht het kwaad,doch het meisje wou gaan leren       

   Maar helaas het was te laat.

 

5 Hij heeft mij de hand gegeven, en zijne eed gedaan,

   Dat hij zou wederkeren, doch kan hem niet verstaan.

   Ik zal de koster spreken, of die geleerde man,

   Als hij mij alle weken, een lesje geven kan.

   En als mijnheer dan komt weer,ja, dan zal hij staan te kijken,

   Maar dan kan hij mij niet meer.

 

6 Het was al een tijd geleden, eer dat men iets vernam,

   Ja, ook nog menige schreden, eer dat er iemand kwam.

   Men zag de mensen lopen, en vliegen door de wind,

   Is daar wat nieuws te kopen, ja,dat men zelden vindt.

   Maar in de nacht kwam onverwacht,enen jongvrouw van de grenzen

   Die haar een klein zoontje bracht.

 

7 Dus meisjes, voor het laatste, neemt hier een spiegel aan,

   Ik raad je voor het beste, als gij uit wandelen gaan.

   En laat je niet verleiden, door enen Fransen Heer,

   Zij hebben fijne streken, en vleien om uw eer.

   Volgt mijn raad, vlucht het kwaad, laat die Franse Heren lopen

   Het is te laat, als uw eer ligt op straat.

     

          *************** 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage