24 LIEVE SCHIPPER VAAR MIJ OVER

(oost in G)

 

1 Lieve schipper vaar mij over, naar dat gindse dorpje heen,

Ik zal u een halssnoer geven, ) bis

En een kostelijke steen.

 

2 "Liefje ik vaar u niet over, voor geen halssnoer noch geen steen.

Neen, voor zulke kleinigheden, ) bis

Vaar ik U daarginds niet heen".

 

3 "Lieve schipper, vaar mij over, `k zal U geven een gouden ring.

En daarbij een aardig liedje, ) bis

Dat ik onder `t varen zing".

4 "Liefje, ik vaar U niet over, voor geen ring noch voor geen lied.

Neen, voor zulke kleinigheden, ) bis

Vaart gij in mijn schuitje niet".

 

5 "Lieve schipper, vaar mij over, `k zal U geven, wat U behaagt.

Ja, Ik zal U alles geven, ) bis

Wat uw goedheid van mij vraagt".

 

6 "Mag ik U een kusje geven, op uw rozenroden mond",

"Voor een kusje,m'n lieve schone, ) bis

Vaar ik u de wereld rond".

7 `t Arme meisje stond verlegen, sloeg haar oogjes blozend neer.

Zachtjes zonk zij in zijn armen, ) bis

En hij kuste haar keer op keer.

 

8 Zachtjes zij zijn heengevaren, langs de baren van de zee.

En dat schalkse Cupidootje, ) bis

Bracht hen aan een vaste re.

 

9 Zachtjes woei de wind in't zeiltje, en het scheepje zeilde voort.

`t Meisje zong een aardig liedje, ) bis

En de schipper zong`t akkoord.

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage