23        KLORIS EN ZIJN BRUIDJE  

              (oost in C )

 

1  Vaarwel bruidje schoon, de vreugde van mijn leven,

    Wier deugden staan op uwe wangen geschreven,

    Wij moeten gaan varen, ons scheepje ligt ree,

    Vaarwel lieve zusje, ik moet naar de zee.   ) bis

 

2  Daar gaat nu mijn Kloris, vol moed met zijn vrienden,

    De zeilen zijn klaar, men gaat`t anker opwinden,

    Waai op dan Oostenwindje, maar toch niet zo fel,

    En hij zwaait met zijn hoedje,voor`t laatst nog vaarwel.  )bis

 

3  Daar gaat hij nu heen, God zal hem bewaren,

    Voor stormen en klippen, en bruisende baren,

    Kon ik hem geleiden, ik deed het gewis,

    Nu moet ik mij troosten, terwijl ik hem mis.  ) bis

 

4  Nu leeft zij verdrietig, bij nacht en bij dagen,

    En ziet zij een zeeman, dan hoort hij haar vragen,

    "Zeg vriendje, wat denk je, komt mijn Kloris haast weer"?

    En zegt hij dan ,"Neen",dan vraagt zij niets meer.  ) bis

 

5  Nu leeft zij verdrietig, door het lang achterblijven,

    Totdat er een boodschap, haar smart komt verdrijven,

    "Kom wijfje, kom rep je, kom spoed je naar`t strand,

    Want uw lieve Kloris, is nabij het land.    ) bis

 

6  Nu kon men zie hoe, verblijd was ons zusje,

    Haar hoedje vol linten, op haar wangen een blosje

    Haar hoedje voltooide, waar alles op staat,

    Terwijl zij op reis, naar haar Kloris toegaat.  ) bis

 

7  Nu loopt zij langs`t strand, haar armen die slingeren,

    Nu telt zij al zachtjes, al op hare vingeren,

    De dagen, de maanden, de reis is volbracht,

    Zij had haren Kloris, zo gauw niet verwacht. ) bis

 

                   *************** 

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage