22     ALS DE ROMBOM HEEFT GESLAGEN

           (oost in F)

 

1  Als de rombom heeft geslagen, dat wij marcheren moeten gaan,

    Geweer en ransel die moeten wij dragen, en dat staat ons voorwaar ja niet aan, ti ri ja lom,

    Geweer en ransel die moeten wij dragen, en dat staat ons voorwaar ja niet aan.

 

2  Kapiteins en officieren, drinken wijn en soms een glaasje bier,

    Maar wij arme fuselieren, drinken water al uit de rivier, ti ri ja lom,

    Maar wij arme fuselieren, drinken water al uit de rivier.

 

3  Een stuiver daags is onze gage, en een stukje droog kommiezebrood,

    Watersousje is onze courage, en daarop, ja zo moesten wij voort, ti ri ja lom,

    Watersousje is onze courage, en daarop, ja zo moesten wij voort.

 

4  Maar als wij in Nijmegen komen, maar als wij in Nijmegen zijn,

    En dan zal het er niet aan mankeren, o f wij drinken een glaasje wijn, ti ri ja lom,

    En dan zal het er niet aan mankeren, of wij drinken een glaasje wijn.

 

5  Waar zijn al die bedrukte meisjes, die van hare minnaars zijn ontroofd?

    Langs de wegen, zo gaan wij ze zoeken, met de tranen al in het oog, ti ri ja lom,

    Langs de wegen, zo gaan wij ze zoeken, met de tranen al in het oog.

 

6  En als wij ze dan hebben gevonden,  ja, dan is er mijn jeugdig hart verblijd,

    Ja, dan leven wij met elkander, totdat er de dood ons scheidt, ti ri ja lom,   

    Ja, dan leven wij met elkander, totdat er de dood ons scheidt.

         

          ***************

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage