16†††††† ZOEK VRIJ IN`t WARME ZUIDEN

†††††††††††† (oost in C)

 

1Zoek vrij in ít warme Zuiden. Langs bos en waterval,

††† Ons lied verkondigt luide, Terschelling bovenal.††† ) bis

 

2Laat Napels zijn meloenen,††† De alp zijn trotse kruin,

††† De helm zien wij hier groeien, op`t stadig zandig duin.††† ) bis

 

3Is Zwitserland een wonder, door`t schone wat zij biedt,

††† Terschelling is niet zonder, al is zij zo prachtig niet.†† ) bis

 

4Al ruisen hier geen beken, al groeit hier spar noch eik,

††† Terschelling heeft zijn streken, zijn plaatsjes schoon en rijk.) bis

 

5Al waar de natuur haar schoonheid, zo mild en rijk verspreidt,

††† Daar ziet men dikwijls tronen, de tweedracht en de strijd.†††† ) bis

 

6De kranke zoekt herstelling, bij Duitsland bron of bad,

††† Wij leven op Terschelling, vlak bij het pekelnat.†††† ) bis

 

7Hoera dan voor Terschelling, dat afgelegen oord,

††† Daar kentmen vrees noch kwelling, voor plundering of moord.) bis

 

8Laat dan de zee haar woede, verspillen aan het strand,

††† Gods liefde zal behoeden, dit klein, ons dierbaar land.†† ) bis

††††††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage