152†††† ALS WE VAREN OP DE BAREN

†††††††††††† wÚrden L.A.Bodaanwiiz: RufJr/ v.d.Gein (oost in C)

 

1Ik ben geboren, tussen ít schuim van de golven,

†††† ít Sloeg over het duin en het strand,

†††† We speelden aan zee, met het drijven te vieren,

†††† En rusten dan uit op het strand.

†††† Ik van van de tijd dat ik mee mocht gaan varen,

†††† Op werken voor het eigen bestaan,

†††† Maar het mooiste was toch, als de steven gewend werd,

†††† En jij aan de haven zal staan.

†††† Refrein:

†††† Als we varen op de baren, zingt een vent zijn lied,

†††† Denk ik steeds aan jou mín meisje, jou vergeet ik niet.

†††† Is de buit aan boord gehesen, netten zijn geleegd,

†††† Zie ik in ít bruisen van de golven steeds weer jou gezicht.

 

2Ik hou van mijn werk, en ik hou van het water,

†††† Moet proeven het zout van de zee,

†††† Het klapperen der zeilen, en`t bruisen der golven,

†††† Dat brengt in mijn hart tevree,

†††† Met het halen der netten, brak het touw door mijn handen,

†††† Aan boord van de zilveren Puit,

†††† Want jij bent mijn meisje, bij`t goede bezongen,

†††† En aanstaande voorjaar, wordt jij mijn bruid,

†††† refrein:

††††††††††††††††††††††† †††††††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage