15††††† DRIE RUITERTJES

††††††††††† wÚrden : O.Dedman(oost in C)

 

1Toen ik op Neerlands bergjes stond, zag ik het zeegat in,

†††† Daar zag ik een scheepje zeilen, daar zaten drie ruitertjes in,

†††† Een van die drie was naar mijn zin.††† ) bis

 

2Het allerjongste ruitertje, dat in het scheepje zat,

††† Die bood er mij eens te drinken, `t was koele wijn uit het vat,

††† Ja, van de beste, die hij bezat.†††††† ) bis

 

3Ik bracht het glaasje aan mijn mond, en dronk het lustig leeg,

††† Ik bood hem eenen trouwring aan, en sprak,"Die is er voor jou",

††† En die trouwring schenk ik jou".†††††† ) bis

 

4"Wat zou ik met die trouwring doen, wat zou ik daarmee doen,

††† Gij zijt een zedeloos dienstmaagd, en ik de Graaf zijn zoon,

††† En wat zou ik daarmee doen"?†††††††††† ) bis

 

5"Wilt gij hem dan niet hebben, `t is goed, er zijn er nog meer,

††† Dan zal ik in het klooster gaan dienen, dan dien ik ons Lieven Heer,

††† En dan ziet ge mij nooit weer.†††††††† ) bis

 

6Toen`t nonnetje halverwege was, haar vader en moeder was dood,

††† Er was geen rijker nonnetje, op Zeelands dorpje zo groot,

††† Ja, haar Vader en Moeder was dood,†††† ) bis

 

7Toen`t ruitertje dit ter ore kwam, sprak hij,"Kom zadel mijn paard,

††† Dan zal ik naar het klooster gaan rijden, dat is er mij een kansje waard,

††† Ja, kom knecht, kom zadel mijn paard.†† ) bis

 

8Toen`t ruitertje aan het klooster kwam, toen schelde hij lustig aan,

††† En vroeg toen aan het begijntje, of er niet een nonnetje was,

††† Ja, die er pas gekomen was.†††††††††††† ) bis

 

9"Ja, hier is wel een nonnetje, maar zij komt er voor jou niet uit,

†††† Zij is er de Heere gaan dienen, zij is er de Heere zijn bruid,

†††† En zij komt er voor jou niet uit".††††† ) bis

 

10"Als gij haar niet laat komen, sprak deze loze guit,

††††† Dan zal ik het klooster in brand gaan steken, met zwavel en met kruit,

††††† En dan zal zij komen er uit.††††††††††† ) bis

 

11Het klooster stond in volle vlam, kwam`t nonnetje voor hem staan,

††††† Met opgestropende mouwetjes, haar nonnekleed had zij aan,

††††† En zo kwam zij voor hem staan.††††††††† ) bis

 

12Zij sprak,"Mijnheer stout ruitertje, wat doet gij mij voor schand?

††††† Laatst, toen ik u de trouwring bood, toen weigerde gij mij de hand,

††††† Ga, en vertrek maar uit mijn land.††††† ) bis

 

13Het ruitertje keerde zich omme, en sprak geen enkel woord,

††††† Maar toen hij aan het fonteintje kwam, toen schoot hij zich zelven dood,

††††† Hij was verslagen en hij was dood.††††† ) bis

 

14Het was eens op een donderdag, dat het nonnetje zou halen gaan brood,

††††† En toen zij aan het fonteintje kwam, toen vond zij haar zoetelief dood,

††††† Zij was verslagen en hij was dood.††††† ) bis

 

15Zij sprak,"Mijnheer stout ruitertje, is dat ter wille van mij?

††††† Dan zal ik u laten begraven, al onder die rozenmarijn,

††††† Al waar die stoute ruitertjes zijn".†††† ) bis

 

16"Dan zal ik bloemetjes plukken, en strooien op uw graf,

††††† Dan zal ik bloemetjes planten, tot aan de laatste dag,

††††† Al waar ik mijn zoetelief zag".††††††††† ) bis

†††††††

††††††††† ***************††

Geluidsfragment 

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage