125 KOMT LATEN WIJ EEN BATTERIJ OPSLAAN

(oost in C)

 

1 Komt laten wij een batterij opslaan,

Van zes en dertig dappre mannen,

Wij leven nu zoo vrolijk en wij leven er ja zoo blij,

In zes en dertig uren staat de hele batterij.

 

2 Ons officieren zijn voorwaar niet kwaad

Daarover hebben wij geen klagen.

Zij nemen en zij geven en zij reiken ons de hand,

t Zijn brave officieren van ons dierbaar Vaderland.

 

3 Ons traktementje, dat is voorwaar niet groot,

Daarover hebben wij wel klagen,

Al bij een kastelijn, al bij een herbergier,

Daar drinken wij een glaasje, een twee, drie of vier.

 

4 Adieu dan lieve meisjes, van die schoone stad,

Wij gaan ons Vaderland verlaten,

Al met geweer al met er, de sabel in de hand,

Zoo gaan wij ten strijd, voor ons dierbaar Vaderland.

 

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage