114†††† ONS TERSCHELLING

††††††† wÚrden en wiiz: C.Doeksen (oost in C )

 

1 Waar warm de hei, haar purper spreidt, de gagel geurt in lentetijd,

††† Daar zingen wij in duin en hei, Terschelling bovenal,

††† Daar zingen wij in duin en hei, Terschelling bovenal !

 

2 Waar`t glanzend groen van bos en wei, weer straalt langs bonte duinenrij,

††† Daar eren wij de feestkledij, van velden, duin en dal,

††† Daar eren wij in veld en wei, Terschelling bovenal !

 

3 De voog'lenschaar in`t wijd verschiet, zingt frank en vrij haar vrolijk lied,

††† Hij zweeft er vrij en jubelt blij, haar lied met luid geschal,

††† Zij zweeft er vrij en jubelt blij: Terschelling bovenal !

 

4 Wanneer de storm aan`t eenzaam strand, zijn woede koelt op Nederland,

††† Als`t zeegeweld ten strijde snelt, dan staat Terschelling pal,

†† En loven wij in elk getij;Terschelling bovenal !

†††††††

††††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes