11 JAN STOFFELS LIED

(oost in C )

 

1 Ik zing Jan Stoffels lof, ) bis

Zijn ijverheid en waakzaamheid, geeft aan zijn zanglust stof,

Ja, ja, ja, geeft aan zijn zanglust stof.

 

2 Vroeg opstaan is zijn lust. ) bis

Want`s morgens met de klok van acht, is Jan al uit zijn rust,

Ja, ja, ja, is Jan al uit zijn rust.

 

3 Wat is hij gauw gekleed, ) bis

Niet minder dan wel drie kwartier, is onze Jan gereed,

Ja, ja, ja, is onze Jan gereed.

 

4 Dan gaat hij aan`t ontbijt, ) bis

Maar negen slaat de klok weldra, en Jan heeft geen meer tijd,

Nee, nee, nee, en Jan heeft geen meer tijd.

 

5 Ziet Jan nu schoolwaarts tren. ) bis

Hij loopt gelijk een slak die kruipt, en sloft en sjaggelt heen,

Ja, ja, ja, en sloft en sjaggelt heen.

 

6 `t Gebed is reeds gedaan, ) bis

Jan treuzelt, traag en loom van aard, zit daarom achteraan,

Ja, ja, ja, zit daarom achteraan.

 

7 Maar zingen doet hij fraai, ) bis

Hij weet van heel nog halve toon, en krast gelijk een kraai,

Ja, ja, ja, en krast gelijk een kraai.

 

8 Maar hoort eens hoe hij leest, ) bis

Het lijkt zowaar wel Hottentots O,`t is zo'n snugger geest,

Ja, ja, ja, `t is zo'n snugger geest.

 

9 Geschiedenis kan hij goed, ) bis

Ik vroeg hem wie De Ruyter was, een schilder, zei de bloed,

Ja, ja, ja, een schilder zei de bloed.

 

10 In schrijven is hij groot, ) bis

Het is of onze oude kat, gekrabd heeft met zijn poot,

Ja, ja, ja, gekrabd heeft met zijn poot.

 

11 Maar aardrijkskunde ook schand, ) bis

Ik vroeg hem waar toch Londen lag, hij zei, in Zwitserland,

Ja, ja, ja, hij zei in Zwitserland.

 

12 Maar rekenen doet hij stout, ) bis

Want laat hij zijne sommen zien, dan zijn ze meestal fout,

Ja, ja, ja, dan zijn ze meestal fout.

 

13 Nu geef ik je te ran, ) bis

Wie of met Jan verkering wil, geen meisje wil er aan,

Nee, nee, nee, geen meisje wil er aan.

***************

Geluidsfragment

 

 Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage