108 SCHELLINGERLANDLIED

wrden en wiiz ; C.G.Doeksen (oost in F )

 

1 k Weet er een land in het wijd van de zee, breed in het blauwe verschiet,

k Weet er dat land als een veilige stee, daar zing ik van harte mijn lied.

Refrein:

Schylge myn landse, wat hab ik dy jeaf, wha dy net priset, fint my toch deaf,

k Hod fan myn duun en k hod van dyn stran, ja k hod fan myn Schylgelan.

 

2 `k Hou van dat land als de lente er lacht, `k dool dan in bos en in wei,

`k Hou van de fleur die de zomer er bracht, hoe kleurt dan het kleed van de hei.

refrein:

 

3 Beukt er de stormwind met kracht langs de kust, is er de herfst soms ook guur,

Brengt er de winter de zeen tot rust, hoe schoon is dan heel de natuur.

refrein:

***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage