107†† LOFLIED VAN TERSCHELLING

††††††††† wÚrden: G.Knop(oost in G )

 

1 Waar het somber groen der dennen, ít duinlandschap aan ít oog onttrekt,

††† En de Noordzee vriendílijk bruisend, oud heriníring in mij wekt,

††† Zing ik aan het vlakke strand,††††††††††††††††††††††††††† ) bis

†† Wat was je mooi, mijn Schellingerland.††††††††††† ) bis

 

2 Waar eens jubelde de leeuwerik, boven land van licht en vreugd,

††† Waar`t konijntje dartel speelde, ik genoot mijn blijde jeugd,

††† Klaagt de wind door dennenstand,††††††††††††††††† ) bis

††† Wat was je mooi, mijn Schellingerland.†††††††††† ) bis

 

3 Waar de machtig' duinen rezen, uit de heide purperen schoot,

††† Waar de blauwe watervlakten, spiegelden in wolkenvloot,

††† Ruist de zee langs`t oude strand,††††††††††††††††††† ) bis

††† Wat was je mooi, mijn Schellingerland.††††††††††† ) bis

 

4 Weest getroost, O land der vaad'ren, mag ook menselijk verstand,

††† U veranderen en verminken, `t machtigst blijft in Scheppershand,

††† Eeuwig zingen duin en strand,†††††††††††††††††††††††† ) bis

††† Wat ben je mooi, mijn Schellingerland.††††††††††† ) bis

†††††††† ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage