106   HOE VROLIJK IS HET ZEEMANSLEVEN 

        (Oost in C )

 

 1 Hoe vrolijk is het zeemansleven, al op het woeste element,

    Niets kan ons meer genoegen geven, het ruime sop ben ik gewend,

    In mijn jeugd zo moest ik leren, ik leerde slechts een korte poos,

    Het varen was naar mijn begeren, en ik begon als lichtmatroos.

 

 2 Ik hoorde vloeken en ook brommen, maar in die tijd was meer te koop,

    Maar nu tot bootsman opgeklommen, viva, dat is de zeemanshoop.

    Dikwijls deed ik vele werken, wanneer ik weer naar boven klom,

    Nu ben ik stuurman, wilt bemerken, want recht is recht, en krom is krom.

 

 3 De zwarte meisjes dra gevonden, wel drommels, in dat warme land,

    Ik had mij er wel aan verbonden, maar ik was nogal beidehand.

    Want op die Hollandsche wallen, daar is vrij wat meer te koop,

    Weg met die zwarte meisjes, allen, viva, dat is de zeemanshoop.

 

 4 Nu ga ik vrij en weltevreden, vrolijk weer het zeegat in,

    Nu is de klomp' onz' eigen woning, en gaat het best naar onzen zin.

    En onz' vlag waait in die streken, zoals de wind zijn golven slaat,

    Ik ben de wereld rond gereden, al op een ezel zonder staart.

                    

          ***************

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage