103          DAAR BOVEN UIT HET VENSTERKE 

                   (oost in F )

 1  Daar boven uit het vensterke, daar lag een mooi meisje fijn,

     Meteen kwam daar een smid voorbij, sprak:”Meisje neem je mijn”?

     “Neen”, zeide zij, “leelijke zwarte smid, mijn vel die is voor jou te dik,

     Jij zult er m’n man niet zijn”.   ) bis

 

 2  Daar boven uit het vensterke, daar lag een mooi meisje fijn.

     Meteen kwam daar een schoenmaker aan, sprak:"Meisje, neem je mijn",?

     "Neen", zeide zij, "Leelijke prikkeldraad, jij naait er zoo menig valsche naad,

     Jij zult er mijn man niet zijn".    ) bis

  

 3  Daar boven uit het vensterke, daar lag een mooi meisje fijn.

     Meteen kwam daar een timmerman aan, sprak:"Meisje neem je mijn",?

     "Neen, timmerman, klophamertje, jij komt niet in mijn kamertje,  

     Jij zult er mijn man niet zijn".    ) bis

   

 4  Daar boven uit het vensterke, daar lag een mooi meisje fijn.

     Meteen kwam daar een snijder aan, sprak:"Meisje neem je mijn",?

     "Neen", zeide zij, "Leelijke kamermuis, jij zit mij veel te veel in huis,

     Jij zult er mijn man niet zijn".    ) bis

 

 5  Daar boven uit het vensterke, daar lag een mooi meisje fijn.

     Meteen kwam daar een matroos voorbij, sprak:"Meisje, neem je mijn",?

     "Ja", zeide zij,"Mooie blanke matroos, ik wil je wel hebben voor nu en altoos,

     Ik wil er je vrouw wel zijn",       ) bis

           

          *************** 

 

Geluidsfragment

 

Volgend lied

 

Terug naar titel en beginregel

 

Terug naar Terschellinger liedjes

 

Terug naar Homepage